zondag 25 september 2016

over de redding van een kraai

Belevenissen bij een drooggepompte infiltratieplas


Eind augustus ga ik het duin boven Scheveningen in om de purperreigers te zien. Normaal zitten purperreigers niet in het duin, maar dit najaarsseizoen legt Dunea de infiltratieplassen in het zuidwestelijk deel van Meijendel tijdelijk droog, om de plassen schoon te kunnen maken en de oude waterleidingen te vervangen. De tijdelijke drooglegging van de plassen trekt natuurlijk vogels. Groenpootruiters, witgatten, oeverlopers, maar ook blauwe reigers, grote zilverreigers en enkele purperreigers komen foerageren. Ik zie  twee purperreigers bij de eerste plas waar ik langsloop, opvliegend als ik de plas nader. Boven een volgende plas is er een gekrijs van rondcirkelende reigers ( purper, blauwe en zilver) en van kraaien in een boom. Ik denk aan de slechtvalk, die ik al weer een paar keer boven op de hoogste woontoren van Scheveningen heb zien zitten, wat zijn vaste winterjachtstek is, maar het gekrijs betreft een vos, die ook naar de reigers is komen kijken. Hij loopt rond de plas, op het drooggevallen zand. Een nog niet helemaal volwassen vos laat zich ook zien, maar verdwijnt direct weer in het riet. Ook de volwassen vos, die mij aan de overkant van het water ziet, trekt zich in de rietkraag terug.
De reigers vliegen weg, de kraaien blijven nog wat langer doorkrijsen, maar vertrekken dan ook. Alleen een zwarte vogel in het water blijft achter.  Ik denk eerst een meerkoet, maar als ik beter kijk, zie ik dat het een kraai is die tot zijn nek in het drijfzand zit. Moeizaam doet hij een paar stappen in de richting van de oever, wacht, doet weer een paar stappen en kan dan niet verder. Als ik er naar toe loop, lijkt hij bijna geen vogel meer: de vleugels gespreid over het water, het kopje voorover gehangen. De ogen zijn nog helder en alert.
Dat de vos hem nog niet te pakken heeft genomen, komt niet omdat ik er toevallig aan kwam lopen, maar omdat de vos, die deze plassen heel goed kent, zich niet in het drijfzand begeeft.
Om niet zelf ook weg te zakken, moet ik bij mijn reddingspoging op enige afstand van het water blijven. Met een grote stok probeer ik de modder voor de kraai weg te scheppen om hem vrij baan te geven. Die slimme vogel (geen gevleugelde zo slim als de kraai) grijpt met zijn poten de stok vast, zodat ik hem op de kant kan trekken. Hij hangt wat naar één kant, maar als ik de stok in zijn richting beweeg, met het plan om hem naar een veiligere plek te brengen, komt hij rechtovereind en loopt de rietkraag in.

Als hij de tijd krijgt om zijn vleugels te laten drogen en te poetsen  voordat de vos hem vindt, redt hij het. (en anders, denk ik, is één dodelijke beet van de vos toch beter dan langzaam verzuipen in zo'n poel des doods)

Een paar dagen later, als de plas nagenoeg helemaal leeggepompt is, zie ik de vossen weer. Ze lopen nu snuffelend over de drooggevallen bodem van de plas en eten de vissen die boven zijn komen drijven. Een hele makkelijke vangst.








Geen opmerkingen:

Een reactie posten